Verandermoeheid: waarom draagvlak slijt en hoe je het terugwint
Een nieuwe koers in januari. Een nieuw systeem in maart. Een reorganisatie in juni. Het medewerkerso...
Verder lezen
Software · Eén platform
Van MTO tot klanttevredenheid, met ingebouwde opvolging.
360 graden feedback die groei zichtbaar en aantoonbaar maakt.
Een employee journey die zichzelf meet, van onboarding tot exit.
Meet je cultuur en zie de kloof met je ambitie.
Diensten
Slimme software, gecombineerd met menselijke dienstverlening.
Train jezelf in effectieve team- en organisatieontwikkeling.
Inhoudsopgave
Het OCAI-model (Organizational Culture Assessment Instrument) is een vragenlijst van Kim Cameron en Robert Quinn waarmee je de cultuur van een organisatie in kaart brengt. Het model onderscheidt vier cultuurtypen: familiecultuur, adhocratiecultuur, marktcultuur en hiërarchiecultuur. Medewerkers verdelen per vraag 100 punten over vier beschrijvingen, één keer voor de huidige en één keer voor de gewenste cultuur.
Cultuur bepaalt hoe mensen samenwerken, beslissen en reageren op verandering. Toch is ze lastig aan te wijzen. Het OCAI-model, in Nederland ook bekend als het model van Quinn of het concurrerende waardenmodel, maakt cultuur bespreekbaar met een heldere taal en een eenvoudige meting. In dit artikel lees je wat het OCAI-model is, hoe de vragenlijst werkt, hoe je de scores berekent en interpreteert, waar de beperkingen zitten en welke afgeleide modellen je kunt gebruiken.
OCAI staat voor Organizational Culture Assessment Instrument. Het instrument is ontwikkeld door Kim Cameron en Robert Quinn van de University of Michigan en beschreven in hun boek Diagnosing and Changing Organizational Culture. Het is een van de meest gebruikte instrumenten om organisatiecultuur te meten, zowel in Nederland als internationaal.
Het OCAI-model is gebaseerd op het Competing Values Framework, in het Nederlands het concurrerende waardenmodel. Dat raamwerk kwam begin jaren tachtig voort uit onderzoek van Quinn en Rohrbaugh naar wat organisaties effectief maakt. Zij ontdekten dat effectiviteit langs twee spanningsvelden loopt. Die spanningsvelden vormen samen vier kwadranten, en elk kwadrant staat voor een cultuurtype.
De termen worden vaak door elkaar gebruikt, maar ze betekenen net iets anders:
Het OCAI-model zet organisaties op twee assen. Er is geen goede of foute positie: elke positie heeft voordelen en een prijs.
Combineer je die twee assen, dan ontstaan vier kwadranten. Flexibel en intern gericht is de familiecultuur. Flexibel en extern gericht is de adhocratiecultuur. Stabiel en extern gericht is de marktcultuur. Stabiel en intern gericht is de hiërarchiecultuur. De typen die diagonaal tegenover elkaar liggen, botsen het sterkst: familie tegenover markt en adhocratie tegenover hiërarchie. Daar komt de naam concurrerende waarden vandaan.

| Cultuurtype | Positie | Kernwaarde | Typische leider | Succes betekent |
|---|---|---|---|---|
| Familiecultuur (clan) | Flexibel, intern | Samenwerken | Mentor, coach | Betrokkenheid en ontwikkeling van mensen |
| Adhocratiecultuur | Flexibel, extern | Creëren | Vernieuwer, ondernemer | Nieuwe producten, ideeën en groei |
| Marktcultuur | Stabiel, extern | Presteren | Aanjager, concurrent | Resultaat, marktaandeel en winnen |
| Hiërarchiecultuur | Stabiel, intern | Beheersen | Organisator, coördinator | Betrouwbaarheid, efficiëntie en lage kosten |
In een familiecultuur voelt de organisatie als een hechte groep. Loyaliteit, teamwork en persoonlijke ontwikkeling staan centraal en leidinggevenden zijn vooral coach. De kracht is betrokkenheid en vertrouwen. De valkuil is dat lastige gesprekken worden vermeden en dat de groep naar binnen gekeerd raakt.
De adhocratiecultuur is dynamisch en ondernemend. Mensen krijgen ruimte om te experimenteren, risico’s nemen hoort erbij en vernieuwing is de maatstaf. De kracht is wendbaarheid. De valkuil is gebrek aan focus en afspraken die niet worden afgemaakt.
Een marktcultuur is resultaatgericht. Doelen zijn helder, prestaties worden gemeten en de blik is naar buiten gericht: klanten, concurrenten en marktpositie. De kracht is daadkracht. De valkuil is hoge druk, onderlinge concurrentie en te weinig aandacht voor de lange termijn.
In een hiërarchiecultuur draait het om structuur, procedures en zorgvuldigheid. Rollen zijn duidelijk en processen voorspelbaar. De kracht is betrouwbaarheid, wat in bijvoorbeeld zorg, overheid of productie essentieel kan zijn. De valkuil is traagheid en weinig ruimte voor initiatief.
In de praktijk heeft geen enkele organisatie één zuiver cultuurtype. Elke organisatie is een mix, met meestal één of twee dominante typen. De vraag is dus niet welk type het beste is, maar welke mix past bij wat jouw organisatie wil bereiken. Meer over de verschillende soorten bedrijfscultuur lees je in ons overzicht.
De OCAI-vragenlijst bestaat uit zes onderdelen. Elk onderdeel beschrijft een aspect van de cultuur:
Bij elk onderdeel staan vier beschrijvingen, A tot en met D. Elke beschrijving hoort bij één cultuurtype: A bij de familiecultuur, B bij de adhocratiecultuur, C bij de marktcultuur en D bij de hiërarchiecultuur. De respondent verdeelt 100 punten over die vier beschrijvingen. Hoe beter een beschrijving past, hoe meer punten ze krijgt.
Dat gebeurt twee keer: eerst voor de cultuur zoals die nu is, daarna voor de cultuur die de respondent wenselijk vindt. Het invullen kost meestal ongeveer een kwartier.
Een vereenvoudigd voorbeeld van één onderdeel (illustratief, niet de officiële tekst van de vragenlijst):
| Bindmiddel van de organisatie | Nu | Gewenst |
|---|---|---|
| A. Loyaliteit en onderling vertrouwen | 20 | 35 |
| B. Vernieuwing en ruimte voor initiatief | 10 | 25 |
| C. Doelen halen en resultaat boeken | 30 | 25 |
| D. Regels, procedures en een soepele organisatie | 40 | 15 |
| Totaal | 100 | 100 |
Omdat je punten verdeelt in plaats van elke stelling los te scoren, dwingt de vragenlijst tot keuzes. Je kunt niet alles belangrijk vinden. Dat maakt de uitkomst scherper dan bij een gewone schaal van 1 tot 5.
Een rekenvoorbeeld voor een fictieve afdeling:
| Cultuurtype | Huidig | Gewenst | Verschil |
|---|---|---|---|
| Familiecultuur | 22 | 34 | +12 |
| Adhocratiecultuur | 13 | 24 | +11 |
| Marktcultuur | 30 | 24 | -6 |
| Hiërarchiecultuur | 35 | 18 | -17 |
In dit voorbeeld is de huidige cultuur vooral hiërarchisch en resultaatgericht. Medewerkers willen meer samenwerking en meer ruimte voor vernieuwing, en minder regels en controle.
Een OCAI-profiel lees je op vijf punten:
Vertaal de uitkomst daarna naar gedrag. Een handige vorm is per cultuurtype vast te leggen wat je meer gaat doen, wat je minder gaat doen en wat je behoudt. Zo wordt een abstract profiel concreet: “meer ruimte voor teams om zelf te beslissen” zegt meer dan “meer adhocratie”.
Het OCAI-model is niet voor niets zo populair. Tegelijk heeft het grenzen die je moet kennen voordat je er beslissingen op baseert.
Wie verder kijkt dan het OCAI-model, vindt verschillende verwante modellen:
Wat veel van deze modellen gemeen hebben: cultuur draait om spanningsvelden tussen waarden die allebei waardevol zijn. Dat inzicht vormt ook de basis van een modernere manier van cultuur meten.
Deepler Culture bouwt voort op dat gedachtegoed. De methode is geïnspireerd op de theorieën van Quinn en Cameron, Hofstede en Trompenaars, en vertaald naar de dagelijkse praktijk. In plaats van vier brede cultuurtypen meet Deepler Culture op zes culturele tegenstellingen:
Daarbij pakt Deepler Culture een aantal beperkingen van het OCAI-model aan:
Wil je zien hoe dat werkt voor jouw organisatie? Bekijk Deepler Culture of vraag een demo aan. Benieuwd in welke werkcultuur jij zelf het best tot je recht komt? Doe de gratis cultuur mini-analyse: twaalf korte dilemma’s op dezelfde zes tegenstellingen, en binnen drie minuten je persoonlijke cultuurprofiel.
OCAI staat voor Organizational Culture Assessment Instrument. Het is een vragenlijst van Kim Cameron en Robert Quinn om organisatiecultuur te meten op basis van het concurrerende waardenmodel.
De vier cultuurtypen zijn de familiecultuur (samenwerken), de adhocratiecultuur (creëren), de marktcultuur (presteren) en de hiërarchiecultuur (beheersen). Elke organisatie is een mix van deze vier.
De vragenlijst heeft zes onderdelen met elk vier beschrijvingen. Je vult ze twee keer in, voor de huidige en voor de gewenste cultuur. Per onderdeel verdeel je 100 punten.
De vragenlijst is gepubliceerd in het boek van Cameron en Quinn en het auteursrecht ligt bij de auteurs. Wil je hem in je organisatie inzetten, controleer dan de gebruiksvoorwaarden van de rechthebbenden of werk met een aanbieder die het instrument mag gebruiken.
Het OCAI-model werkt met vier cultuurtypen op twee dimensies en vergelijkt de huidige met de gewenste cultuur. Het model van Hofstede beschrijft organisatiecultuur langs meerdere losse dimensies en kent geen vaste cultuurtypen.
Ja. Je kunt de scores per team of afdeling berekenen. Dat is vaak zinvoller dan alleen een organisatiegemiddelde, omdat de cultuur tussen teams sterk kan verschillen.
Cultuur verandert langzaam. Meet daarom niet te vaak, maar wel regelmatig genoeg om te zien of interventies effect hebben. Na een veranderproject of strategiewijziging is opnieuw meten na enkele maanden zinvol.
Over de auteur
Leon zu Salm-Salm
Founder / CIO
Leon is medeoprichter van Deepler en verantwoordelijk voor productontwikkeling, compliance en de doorontwikkeling van het Deepler-platform. Hij vertaalt de vragen van organisaties naar tools die werken, van onderzoek en 360-feedback tot onboarding. Leon werkt in het Nederlands, Engels, Duits en Frans en schakelt makkelijk tussen strategie, techniek en klantpraktijk
Delen:
Plan een adviesgesprek
Klaar om stappen te zetten? We kijken samen naar de beste aanpak.
Ervaringen van klanten die met ons het verschil maken.