AI voor beter performance management: casestudy’s uit de praktijk
AI voor beter performance management: casestudy’s uit de praktijk Performance management staat onder...
Verder lezen
Inhoudsopgave
De jaarlijkse functioneringsgesprekken zijn aan het verdwijnen. Niet omdat feedback minder belangrijk wordt, maar juist omdat organisaties inzien dat één of twee gesprekken per jaar niet meer voldoen. In een tijd waarin markten snel veranderen en teams wendbaar moeten zijn, heeft iedereen behoefte aan snellere bijsturing en meer ruimte voor ontwikkeling.
Continue feedback is niet zomaar een nieuwe HR-trend. Het is een fundamentele verschuiving in hoe we naar prestatieverbetering kijken. In plaats van achteraf te beoordelen wat er mis ging, creëer je een omgeving waarin mensen voortdurend kunnen leren en groeien. Dat vraagt wel om een andere aanpak, waarbij feedback niet langer iets is wat je krijgt tijdens een formeel gesprek, maar een natuurlijk onderdeel wordt van de dagelijkse samenwerking.
Een feedbackcultuur is een werkomgeving waarin mensen elkaar op een constructieve manier helpen beter te worden. Het gaat om meer dan alleen managers die hun medewerkers feedback geven. In een echte feedbackcultuur geven collega’s elkaar feedback, vragen medewerkers actief om input en durven leidinggevenden kwetsbaar te zijn door zelf ook feedback te ontvangen.
Het verschil met traditioneel prestatiebeheer is dat feedback niet meer gekoppeld is aan beoordelingsmomenten. Een medewerker hoeft niet maanden te wachten op een functioneringsgesprek om te horen hoe het gaat. In plaats daarvan krijgt iemand direct na een presentatie te horen wat goed ging en waar ruimte voor verbetering zit. Of een teamleider vraagt na een pittige vergadering hoe de teamleden zijn aanpak hebben ervaren.
Deze vorm van continue feedback zorgt ervoor dat mensen sneller kunnen bijsturen. Een verkoper die na elk klantgesprek korte feedback krijgt, kan zijn aanpak direct aanpassen. Een ontwikkelaar die tijdens een code review constructieve input ontvangt, leert sneller dan wanneer er pas na drie maanden wordt geëvalueerd.
De kracht van continue feedback zit in de timing. Wanneer feedback direct volgt op een actie of prestatie, is het relevanter en blijft het beter hangen. Denk aan een medewerker die een complexe klantklacht heeft opgelost. Als je diezelfde dag nog bespreekt wat goed ging en wat volgende keer anders kan, heeft dat veel meer impact dan wanneer je dit drie maanden later tijdens een evaluatiegesprek ter sprake brengt.
Daarnaast zorgt regelmatige feedback voor meer betrokkenheid. Medewerkers die structureel input krijgen op hun werk voelen zich gezien en gehoord. Ze weten waar ze staan en wat er van hen wordt verwacht. Dat geeft richting en motivatie, twee essentiële ingrediënten voor goede prestaties.
Continue feedback maakt ook het werk van managers makkelijker. In plaats van één groot evaluatiegesprek waarin je twaalf maanden moet samenvatten, voer je doorlopend korte gesprekken over concrete situaties. Dat voelt natuurlijker en leidt tot minder weerstand. Niemand houdt van verrassingen tijdens een beoordelingsgesprek, en met continue feedback zijn die er ook niet meer.
Voor de organisatie als geheel betekent een feedbackcultuur snellere aanpassing aan veranderingen. Teams die gewend zijn elkaar te voorzien van input kunnen sneller schakelen wanneer prioriteiten wijzigen of nieuwe uitdagingen zich aandienen. Die wendbaarheid is in de huidige tijd van onschatbare waarde.
Continue feedback staat of valt met psychologische veiligheid. Als mensen bang zijn voor negatieve consequenties, gaan ze feedback vermijden of verstoppen. Dan krijg je oppervlakkige gesprekken waarin niemand echt durft te zeggen wat er moet worden gezegd.
Psychologische veiligheid betekent dat medewerkers zich veilig voelen om fouten te maken, vragen te stellen en kwetsbaar te zijn. In zo’n omgeving wordt feedback gezien als een kans om te leren, niet als kritiek die tegen je wordt gebruikt. Dat begint bij leidinggevenden die zelf het voorbeeld geven door actief om feedback te vragen en te laten zien dat ze daar ook echt iets mee doen.
Een manager die tijdens een teammeeting vraagt hoe de teamleden zijn communicatiestijl ervaren, en daar vervolgens oprecht naar luistert zonder zich te verdedigen, creëert veiligheid. Wanneer diezelfde manager een week later laat zien dat hij zijn aanpak heeft aangepast op basis van die feedback, versterk je het signaal dat feedback welkom is en effect heeft.
Ook de manier waarop je omgaat met fouten speelt een grote rol. In organisaties waar fouten worden gezien als leermomenten in plaats van falen, durven mensen eerder toe te geven dat iets niet goed ging. Dat opent de deur voor constructieve gesprekken over wat er beter kan, zonder dat iemand zich aangevallen voelt.
Niet alle feedback is even waardevol. Er is een verschil tussen “dat deed je goed” en feedback die iemand echt helpt om beter te worden. Effectieve feedback is specifiek, tijdig en gericht op gedrag in plaats van op de persoon.
Specifieke feedback gaat over concrete situaties en observaties. In plaats van te zeggen “je presentaties kunnen beter”, zeg je “tijdens je presentatie van gisteren merkte ik dat je weinig oogcontact maakte met het publiek, waardoor de connectie minder sterk was. Als je dat volgende keer meer doet, zal je boodschap beter overkomen.” Dat geeft iemand een helder aanknopingspunt om mee aan de slag te gaan.
Timing is cruciaal. Feedback heeft de meeste impact wanneer deze kort na de gebeurtenis wordt gegeven, terwijl alles nog vers in het geheugen ligt. Wacht niet weken, maar zoek binnen een paar dagen een moment om het gesprek aan te gaan. Dat hoeft niet altijd uitgebreid, soms volstaat een kort gesprek van vijf minuten.
Focus op gedrag en impact, niet op intenties of persoonlijkheid. Zeg niet “je bent chaotisch”, maar “wanneer je tijdens vergaderingen van het ene naar het andere onderwerp springt, raken mensen de draad kwijt en voelen ze zich niet gehoord.” Dat maakt feedback minder persoonlijk en makkelijker te accepteren.
Goede feedback is ook een tweerichtingsgesprek. Stel vragen, luister naar de context en probeer samen tot inzichten te komen. Iemand die zelf mag nadenken over wat anders kan, neemt de feedback beter op dan wanneer je alleen vertelt wat er moet veranderen.
Een feedbackcultuur ontstaat niet vanzelf. Het vraagt om bewuste keuzes en structurele aanpak. Begin met het inbedden van feedbackmomenten in bestaande processen. Denk aan korte check-ins na projecten, wekelijkse één-op-één gesprekken tussen managers en medewerkers, of peer feedback sessies binnen teams.
Veel organisaties werken met korte wekelijkse of tweewekelijkse gesprekken tussen leidinggevende en medewerker. Deze gesprekken hoeven niet lang te duren, twintig minuten is vaak genoeg. Het gaat om regelmatig contact waarin je bespreekt wat goed gaat, waar iemand tegenaan loopt en wat er nodig is om verder te komen. Door deze gesprekken te standaardiseren, maak je feedback tot een vanzelfsprekend onderdeel van de werkweek.
Ook peer feedback verdient een structurele plek. Teams kunnen bijvoorbeeld na elke sprint een korte retrospective doen waarin ze elkaar feedback geven op de samenwerking. Of je introduceert een buddy-systeem waarbij collega’s elkaar helpen beter te worden in specifieke vaardigheden.
Technologie kan helpen om feedback laagdrempelig te maken. Platformen die continue feedback ondersteunen maken het makkelijk om snel een compliment te geven, een ontwikkelpunt te delen of input te vragen. Dat neemt drempels weg en zorgt ervoor dat feedback een natuurlijk onderdeel wordt van de werkdag. Tools zoals Deepler kunnen hierbij ondersteunen door regelmatig medewerkersfeedback te verzamelen en inzichtelijk te maken waar teams en individuen staan.
Feedback geven is een vaardigheid die je kunt leren. Niet iedereen is van nature goed in het voeren van constructieve gesprekken. Daarom is training essentieel wanneer je een feedbackcultuur wilt opbouwen.
Begin met je leidinggevenden. Zij geven het voorbeeld en hebben de grootste invloed op hoe teams met feedback omgaan. Train ze in het voeren van effectieve feedbackgesprekken, het creëren van psychologische veiligheid en het omgaan met weerstand. Geef ze concrete tools en kaders die ze kunnen gebruiken, zoals de SBI-methode (Situatie, Gedrag, Impact) of het GROW-model voor coachende gesprekken.
Maar beperk training niet tot managers. In een echte feedbackcultuur geeft iedereen feedback, dus investeer ook in de ontwikkeling van je medewerkers. Leer ze hoe ze constructief feedback kunnen geven aan collega’s en hoe ze feedback kunnen ontvangen zonder defensief te worden. Dat laatste is minstens zo belangrijk als het geven zelf.
Maak feedback ook onderdeel van teamontwikkeling. Bespreek met teams hoe zij met elkaar willen omgaan, welke afspraken ze maken over feedback en hoe ze elkaar willen aanspreken. Wanneer teams zelf eigenaarschap nemen over hun feedbackcultuur, wordt het veel natuurlijker dan wanneer het van bovenaf wordt opgelegd.
Continue feedback is het meest waardevol wanneer het direct gekoppeld is aan persoonlijke ontwikkeling. Feedback moet niet alleen gaan over wat beter kan, maar ook leiden tot concrete acties en groei.
Maak ontwikkelplannen die voortbouwen op de feedback die iemand ontvangt. Als uit meerdere gesprekken blijkt dat een medewerker moeite heeft met prioriteren, kijk dan samen naar trainingen, coaching of andere interventies die kunnen helpen. Zo wordt feedback geen doel op zich, maar een middel om mensen echt vooruit te helpen.
Ook het vieren van vooruitgang hoort bij een goede feedbackcultuur. Wanneer iemand duidelijke stappen maakt op basis van eerdere feedback, benoem dat dan expliciet. Dat versterkt het positieve effect en motiveert om door te gaan met ontwikkelen.
Zorg ervoor dat feedback niet alleen gaat over wat er moet verbeteren, maar ook over wat iemand goed doet en waar zijn of haar sterke punten liggen. Mensen groeien het meest wanneer ze hun talenten verder kunnen ontwikkelen. Feedback die zich alleen richt op zwakke punten demotiveert op den duur.
Bij het opbouwen van een feedbackcultuur lopen organisaties tegen een aantal veelvoorkomende valkuilen aan. De eerste is dat feedback te oppervlakkig blijft. Mensen geven alleen complimenten of algemene opmerkingen zonder echte diepgang. Dat voelt veilig, maar helpt niemand vooruit. Doorbreek dit door specifiek te zijn en concrete voorbeelden te geven.
Een andere valkuil is dat feedback eenrichtingsverkeer blijft. Managers geven feedback aan medewerkers, maar omgekeerd gebeurt het niet. Of senior collega’s geven input aan juniors, maar niet andersom. Een echte feedbackcultuur is multidirectioneel. Stimuleer daarom actief dat iedereen feedback geeft en ontvangt, ongeacht hun positie.
Sommige organisaties maken de fout om continue feedback in te voeren zonder de beoordelingssystemen aan te passen. Als medewerkers weten dat er aan het einde van het jaar toch weer een cijfer komt dat hun salaris bepaalt, blijft feedback gekleurd door die dreiging. Koppel daarom je beloningssystemen los van individuele beoordelingen, of zorg dat continue feedback een integraal onderdeel wordt van hoe je prestaties evalueert.
Ten slotte is er het risico van feedbackmoeheid. Als je mensen overspoelt met feedback zonder dat er ruimte is om ermee aan de slag te gaan, wordt het contraproductief. Houd het dus hanteerbaar. Beter drie concrete punten per maand waar iemand echt mee aan de slag kan, dan wekelijks een waslijst aan verbeterpunten.
Een feedbackcultuur wordt sterker wanneer je deze combineert met data-gedreven inzichten. Platformen zoals Deepler helpen organisaties om niet alleen kwalitatieve feedback te verzamelen, maar ook om patronen te herkennen en trends te zien.
Door regelmatig korte medewerkersonderzoeken uit te zetten, krijg je zicht op hoe medewerkers de feedbackcultuur ervaren. Voelen mensen zich veilig genoeg om feedback te geven? Krijgen ze voldoende input op hun werk? Zien ze hun ontwikkeling? Deze inzichten helpen je om gericht bij te sturen en te investeren waar het nodig is.
Data maakt ook zichtbaar of feedback daadwerkelijk leidt tot prestatieverbetering. Je kunt bijvoorbeeld meten of teams die meer feedback geven en ontvangen ook beter presteren op productiviteit, betrokkenheid of behoud. Dat helpt om het belang van feedback te onderbouwen en draagvlak te creëren binnen de organisatie.
Gebruik data niet om mensen te controleren, maar om ze te ondersteunen. Wanneer je ziet dat een team weinig feedback uitwisselt, is dat een signaal om te onderzoeken wat er speelt. Misschien is er onvoldoende psychologische veiligheid, of ontbreekt het aan tijd en structuur. Met die inzichten kun je gerichte interventies plegen.
Het opzetten van een feedbackcultuur is geen project dat je in een maand afrondt. Het is een verandertraject dat tijd, aandacht en volharding vraagt. Begin klein en bouw geleidelijk op.
Start met een pilotteam of afdeling waar je experimenteert met continue feedback. Kies een team dat openstaat voor verandering en waar het management bereid is om echt te investeren. Leer van wat werkt en wat niet, en gebruik die lessen om de aanpak breder uit te rollen.
Zorg voor zichtbaar commitment van het management. Wanneer de directie zelf actief feedback geeft en ontvangt, en daar transparant over is, zet dat de toon voor de rest van de organisatie. Laat ze delen hoe feedback hen heeft geholpen beter te worden, en vier successen die voortkomen uit een goede feedbackcultuur.
Investeer in training en begeleiding, maar ook in de juiste tools en processen. Maak het mensen makkelijk om feedback te geven en te ontvangen. Bouw het in je werkprocessen in, zodat het geen extra belasting wordt maar een natuurlijk onderdeel van hoe je samenwerkt.
Meet de voortgang en blijf bijsturen. Een feedbackcultuur is nooit af, het vraagt om continue aandacht en aanpassing. Gebruik data om te zien of je op de goede weg bent, en blijf in gesprek met je mensen over hoe zij de cultuur ervaren en wat er beter kan.
Een sterke feedbackcultuur is een van de krachtigste hefbomen voor prestatieverbetering. Het zorgt ervoor dat mensen sneller leren, teams wendbaarder worden en organisaties beter kunnen anticiperen op verandering. Maar het vraagt wel om een fundamentele verschuiving in hoe je naar prestatiebeheer kijkt.
In plaats van achteraf beoordelen, ga je vooraf investeren in ontwikkeling. In plaats van controle, kies je voor vertrouwen. En in plaats van jaarlijkse rituelen, maak je feedback tot een natuurlijk onderdeel van de dagelijkse samenwerking.
De organisaties die hierin slagen, zien het terug in betere resultaten, hogere betrokkenheid en minder verloop. Ze creëren een omgeving waarin mensen het beste uit zichzelf halen, niet omdat het moet, maar omdat ze de ruimte en ondersteuning krijgen om te groeien.
Begin vandaag met kleine stappen. Voer deze week een extra feedbackgesprek met een teamlid. Vraag aan je collega’s hoe zij jouw aanpak ervaren. Of start een pilot met continue feedback binnen één team. Elke stap brengt je dichter bij een cultuur waarin feedback niet langer iets is om tegenop te zien, maar een vanzelfsprekend onderdeel van hoe jullie samen beter worden.
Over de auteur
Leon Salm
Leon is een gepassioneerde schrijver en de oprichter van Deepler. Met een scherp oog voor het systeem en liefde voor de software, helpt hij zijn klanten, partners en organisaties vooruit.
Delen:
Plan een adviesgesprek
Klaar om stappen te zetten? We kijken samen naar de beste aanpak.
Ervaringen van klanten die met ons het verschil maken.